Spieren opbouwen. Deel 2 van 3 Cas Fuchs

Geschreven door Berry 18-02-2019 0 Comment(s)

 

Eiwitten in de skeletspieren

 

De skeletspieren zijn de spieren in het lichaam die onze beweging mogelijk maken. Ze verbinden de botten in ons lichaam met behulp van pezen en oefenen kracht uit op het skelet zodat we ons voort kunnen bewegen.  Deze skeletspieren zijn de enige spieren in het menselijk lichaam die willekeurig kunnen worden aangestuurd. Als je bijvoorbeeld wilt rennen, dan kan dit omdat je de skeletspieren in de benen kunt aansturen om harder te gaan werken.

 

 

 

 

De skeletspieren hebben een interessante structuur. Ze bestaan namelijk uit verschillende bundels van spiervezels (dit zijn langwerpige (spier)cellen). Als men dus over een spiercel of spiervezel praat, dan is dit hetzelfde. Zo’n bundel van spiervezels wordt bij elkaar gehouden door een omhulsel van bindweefsel (ook wel perimysium genoemd). Deze omhulsels houden verschillende groepen spiervezels als het ware bij elkaar, zodat ze niet als losse slierten tussen de botten in zitten. Je kunt jezelf wel indenken dat sommige spiervezels heel lang moeten zijn omdat ze grote botten moeten verbinden (zie bijvoorbeeld je bovenbeen). 

 

Elke spiervezel in deze bundels bestaat op zijn beurt weer uit verschillende myofibrillen. De spiervezel is als het ware dus de bundel die meerdere myofibrillen (nog kleinere slierten) bij elkaar kan houden. Deze myofibrillen zijn samengesteld uit langwerpige eiwitten zoals actine en myosine. En het zijn deze eiwitten die kunnen samentrekken of uitrekken. Hierdoor kun je dus bijvoorbeeld de biceps aanspannen (de eiwitten in de myofibrillen trekken samen en “schuiven” in elkaar) of ontspannen (de eiwitten in de myofibrillen rekken uit). Als de myofibrillen naar elkaar toetrekken tijdens krachttraining noemt men dit een concentrische contractie en als de myofibrillen uitrekken (onder spanning) noemt met dit een eccentrische contractie.
Als er meer van deze myofibrillaire eiwitten kunnen worden aangemaakt dan zal de spier groeien in omvang en heb je meer eiwitten in de spiervezels die kunnen samentrekken. Dit zal ook een effect hebben op je spierkracht.

 

Geconcludeerd kunnen we stellen dat als je meer samentrekkende eiwitten krijgt, de myofibrillen (dus het onderdeel van een spiervezel) toenemen in aantal. Na verloop van tijd heb je dan grotere spieren (in omvang) en meer spierkracht. Terugkijkend naar deel 1 van deze blog zijn het dus o.a. de actine en myosine eiwitten die het lichaam zal aanmaken als het de spieren wilt laten groeien. Voor deze actine en myosine aan te maken heeft het lichaam dus aminozuren nodig.

 

 

Satellietcellen

 

Naast de eiwitsynthese heb ik in deel 1 van deze blog ook satellietcellen genoemd. Dit is voor de meeste mensen waarschijnlijk een onbekende term en ik zal hier wat meer uitleg over geven.

 

Satellietcellen kan men simpel gezegd zien als stamcellen in de spieren. Stamcellen zijn cellen die nog geen specifieke functie vervullen maar zich wel kunnen “specialiseren” tot specifieke cellen in het lichaam. Wat betreft de satellietcellen, deze kunnen “specialiseren” tot spiercelkernen in de spier. 
Zodra er een externe prikkel in de vorm van krachttraining op de skeletspieren komt, zullen de satellietcellen dit merken. Ze kunnen na een intensieve prikkel (zoals die van een krachttrainingssessie) vermenigvuldigen en ze kunnen zichzelf differentiëren, oftewel “specialiseren tot nieuwe spiercelkernen”. Deze spiercelkernen bevatten de genen (de code) die nodig zijn voor de aanmaak van extra eiwit (zie stuk over eiwitsynthese uit deel 1 van deze blog). De satellietcellen kunnen op deze manier helpen bij de groei, behoud en herstel van (beschadigd) spierweefsel.

 

Naast de spier eiwitsynthese kunnen dus ook de satellietcellen een belangrijke rol spelen in het proces van spiergroei.

 

Let op: Deze blog bestaat uit 3 delen. Houdt onze site in de gaten. Deel 3 zal in de aankomende weken verschijnen.

Geschreven door: PhD Kandidaat Cas Fuchs